Het betreft watergangen met een schrale vegetatie waarbij het maaisel niet wordt afgevoerd. We kunnen in deze categorie onderscheid maken in twee maairegimes.
- Taluds worden slechts één maal in het najaar gemaaid.
- Ook nu worden de taluds slechts één maal gemaaid. In tegenstelling tot het bovenstaande wordt één zijde in de periode 15 juni – 15 juli gemaaid, terwijl de andere zijde in de periode 1 september – 1 oktober wordt gemaaid.
In beide gevallen kan het voorkomen dat bermen en bodems daarentegen twee maal gemaaid worden (cat 7). Als regel geldt dat indien van toepassing op de taluds en bodem er 80% van het te maaien oppervlakte gemaaid wordt. Voor de bermen geldt bij deze categorie 100% maaien. Alle gemaaide vegetatie dient op de vlakke gedeelten gedeponeerd te worden en mag dus nooit in de bodem of talud blijven liggen.
Voor deze watergangen is 1 maaibeurt voorzien in de periode:
- 1e maaibeurt 1 september – 1 oktober
Of
- 1e maaibeurt één zijde 15 juni – 15 juli
- 1e maaibeurt overzijde 1 september – 1 oktober