Het betreft watergangen waar botanisch potentiële waarden te ontwikkelen zijn. De maaiwerkzaamheden zijn gericht op het bestrijden van hinderlijke vegetatie zoals akkerdistel, ridderzuring, brandnetelen en andere ongewenste vegetatie en hebben vaak tot doel het voorkomen van houtopslag en natuurlijk wateroverlast daar waar dit niet wenselijk is. De te maaien hoeveelheid vegetatie ligt tussen de 20% en 80%, afhankelijk van de ongewenste vegetatie. Gemiddeld zal de te maaien hoeveelheid ongeveer 50% zijn. Bijbehorende bermen, categorie 6, worden te allen tijde 100% gemaaid. De bodems, categorie 2, 4 of 6 worden tussen 20% en 100% gemaaid.
Voor deze watergangen zijn 2 maaibeurten voorzien in de perioden: